Werken aan de Wnra

Eind 2016 werd de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aangenomen in de Eerste Kamer. Voor sommigen een verrassing, voor anderen een logische slotsom in een proces dat al decennia gaande is. Hoe is het om een unieke operatie als de invoering van het private arbeidsrecht in goede banen te moeten leiden? We vroegen het Simone Roos, directeur-generaal Overheidsorganisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verantwoordelijk voor de soepele invoering.

Ontdekkingsreis

“Nou, ik doe dat gelukkig niet alleen. Het is een hele ontdekkingsreis soms, want bij het bedenken van het wetsvoorstel hadden de initiatiefnemers natuurlijk niet op alles al een antwoord. En wij ook nog niet. Maar dat wordt gecompenseerd door de grote betrokkenheid van iedereen met wie we om de tafel zitten. We hebben ons als project laten reviewen – dat kan ik trouwens iedereen aanraden - en zien daar dat dát de kracht is van dit traject. Met wie we ook praten, bonden, sectoren, OCW, SZW, UWV… iedereen zit er met de volle aandacht in. Er is veel overleg, veel plaats voor informatie-uitwisseling, voor het signaleren en delen van knelpunten en het verzinnen van de goede oplossingen. Dat is ook de enige manier waarop zoiets als dit kan slagen. En het is natuurlijk ook altijd leuk om terug te horen dat we diplomatiek en benaderbaar zijn, problemen weten af te pellen tot oplosbare proporties en het gewaardeerd wordt dat we ook open zijn over wat we niet kunnen doen.”

Belangen

Alles gaat soepel dus? “Eigenlijk wel, ja. Het gaat natuurlijk zoals dat gaat aan bestuurstafels, belangen zijn niet altijd meteen verenigbaar. Dat hoort ook zo. Soms staan partijen tegenover elkaar. Als voorzitter van de Transitiekamer, waarin we als werknemersorganisaties en werkgevers met elkaar de onderwerpen bespreken, denk ik wel eens ‘dit gaat een spannende worden’. Maar tot nu toe komen we eruit. Zolang we er open inzitten en allemaal een zorgvuldige invoering voor ogen houden, en die sfeer die is er volgens mij, komen we er wel. Aan andere tafels wordt ondertussen ook over cao’s gesproken, maar dat weten we goed te scheiden van wat we in de Transitiekamer moeten doen.

Simone Roos:" Zolang we er open inzitten en allemaal een zorgvuldige invoering voor ogen houden komen we er wel."

In het wetstraject lopen we tot nu toe ook goed op schema. De internetconsultatie van de invoerings- en aanpassingswetgeving is op tijd gestart en geëindigd. Er zijn veertig reacties ontvangen op die consultatie, en daarnaast hebben we een aantal formele consultatiereacties gekregen, onder meer van overheidssectoren. Die worden nu geanalyseerd en verwerkt in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting. De collega’s van wetgeving en beleid werken nu hard aan het voorbereiden van het indienen van het wetsvoorstel bij de Raad van State rond het begin van komende zomer. Dat is ook het moment dat iedereen op de website van de internetconsultatie in een verslag op hoofdlijnen kan teruglezen wat ermee is gebeurd.

Er wordt ons vaak gevraagd of wij kunnen garanderen dat 1 januari 2020 wordt gehaald, en ik snap die behoefte aan duidelijkheid heel goed. Ook voor ons zou een voorspelbare planning fijn zijn. Maar we zitten met z’n allen in dezelfde realiteit: wat de Raad van State en de Kamers gaan zeggen en hoe snel dat allemaal gebeurt, –is beperkt te voorspellen of te beïnvloeden. Volgens mij zijn we ook niet geholpen met beloftes die we niet kunnen waarmaken, of met haastwerk omwille van een irreële deadline. Het moet ook zorgvuldig, en met aandacht. Wij doen er alles aan om het tempo erin te houden en communiceren steeds open over voortgang. Maar garanties kunnen we niet afgeven.”

Spookverhalen

De media, vooral die voor ambtenaren, pikken het onderwerp inmiddels ook op. Blij met die aandacht? “Ik ben blij dat het leeft, dat in ieder geval. Als er geen aandacht voor zou zijn omdat men denkt: “2020 is nog ver weg, ik begin in 2019 wel met nadenken”, dan hadden we een groot probleem gehad. Maar het is allemaal best complex en daarnaast: het is een uniek traject. Niet iedereen heeft het even scherp, en er doen soms ook spookverhalen de ronde. Ik kan me voorstellen dat het voor medewerkers in de overheid niet altijd prettig is om in de media te lezen dat de ambtelijke status gaat verdwijnen. Terwijl dat niet zo is. We zijn en blijven ambtenaren, er blijft een Ambtenarenwet en de bepalingen die daarbij horen, zoals die rond integriteit, blijven gewoon van kracht. Wat mij ‘ambtenaar’ maakt is meer dan alleen mijn rechtspositie. Voor mij is dat: mooi werk doen voor de publieke zaak.”

Goede hulp voor medewerkers

Rechtsbescherming is  belangrijk voor medewerkers, daar moet zorgvuldig mee worden omgegaan. Sommigen maken zich zorgen. Dat begrijp ik. De rechtsbescherming blijft prima geregeld. Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet spannend is, want dat is het voor velen wel. In een ontslagprocedure zijn er andere partijen en andere termen en dat is voor hen nog onbekend terrein. Maar rechtsbescherming is er straks nog steeds, alleen loopt de procedure voortaan anders. Medewerkers die in een onvrijwillige ontslagsituatie terecht komen konden onder het bestuursrecht bijvoorbeeld achteraf een beroep doen op de bestuursrechter. Onder het privaatrecht zijn de toetsende instanties het UWV en de kantonrechter. Onder beide rechtsstelsels is sprake van een gelijkwaardige rechtsbescherming, zorgvuldige procedures en mogelijkheid om een uitspraak bij een hogere instantie te laten toetsen.

Medewerkers denken nog wel eens dat ze straks zomaar op straat kunnen komen te staan. Maar dat is in de marktsector, zeker sinds de Wet werk en zekerheid, ook niet zo en ook in het private arbeidsrecht zijn er straks waarborgen. Wat wel verandert of verdwijnt is de mogelijkheid tot bezwaar. Er zijn werkgevers die nu met de bonden aan het bekijken zijn of daar een vervangende voorziening voor geregeld kan worden. Daarnaast maken sommigen zich zorgen over hun arbeidsvoorwaarden, hun loon, hun vakantie-uitkering… maar die veranderen niet door de Wnra. Uiteraard worden er ook straks cao’s gesloten. Deze kunnen misschien wel leiden tot nieuwe afspraken tussen werkgevers en werknemersorganisaties, maar zo gaat het nu ook al. Dat verandert niet. Als werkgevers – en nu zet ik even de pet op van de werkgever Rijk – moeten we voor medewerkers goede hulp en begrijpbare en controleerbare uitleg regelen.”

Motorkap

Wat moet er nog gebeuren allemaal? “Een belangrijk en groot traject is de wetgeving, we streven ernaar dat die na het advies van de Raad van State in het eerste kwartaal van 2019 naar de Tweede Kamer en daarna naar de Eerste Kamer gaat. Overheidswerkgevers passen ondertussen hun interne organisaties aan. Niet te onderschatten is dat rechtspositieregelingen omgezet moeten worden naar een privaatrechtelijke cao. Ook daar hangt veel van af in de planning; is die nieuwe cao er nog niet, dan is het ook lastig om bijvoorbeeld de personeelssystemen en personeelsprocessen aan te passen. En de arbeidsjuristen, HR-adviseurs en leidinggevenden die dit soort voorbereidingen aan het treffen zijn, moeten goed worden opgeleid. Een flinke omslag is ook dat alle medewerkers een arbeidsovereenkomst gaan krijgen. Dat doen werkgevers verschillend, sommigen kiezen voor kennisgeving, want de wet voorziet erin dat de aanstelling automatisch een overeenkomst wordt. Anderen vinden het beter als er ook een handtekening wordt gezet, bijvoorbeeld om het moment te markeren.

Bij dat soort keuzes kan BZK helpen, door uit te zoeken wat kan en wat de wet toelaat, en door het delen van oplossingen tussen werkgevers onderling te faciliteren. Ook door ontwikkelingen om ons heen te volgen en er met elkaar aan de overlegtafels afspraken over te maken over hoe we hiermee om kunnen gaan. De website www.wnra.nl was al vrij uitgebreid, maar groeit nog altijd met nieuwe informatie. 2020 lijkt nog ver weg, maar er is inmiddels ook alweer bijna anderhalf jaar verstreken sinds de aanvaarding in de Eerste Kamer. Alle ingrediënten zijn er maar we zullen er met z’n allen hard aan moeten blijven werken om het te laten slagen.”