Meanderen naar een stevige organisatie en goede cao-afspraken

Toine Poppelaars is dijkgraaf van het waterschap Scheldestromen. Daarnaast is hij lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen (UvW), belast met werkgeverszaken. Poppelaars is kwartiermaker en beoogd voorzitter van de werkgeversvereniging voor de waterschapsector. Die is nog in oprichting.

Dijkgraaf Toine Poppelaars

De invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in 2020 is de directe aanleiding voor de nieuwe club die op 1 januari 2019 officieel van start zal gaan. De behoefte aan een werkgeversorganisatie buiten de Unie van Waterschappen komt echter uit de sector zelf, vertelt Poppelaars.

Meanderen

“We willen samen vorm geven aan onze visie op werken en werkgeverschap en daar samen voor staan. Het is ook zuiverder om de vertegenwoordigende en coördinerende rol van de UvW te scheiden van de werkgeversrol. Het is goed dat er straks een vereniging is met een eigen bestuur, organisatie en apparaat. Een orgaan dat zich helemaal richt op de arbeidsvoorwaarden voor straks mogelijk twaalfduizend waterschappers en werknemers in aan het waterschap gelieerde organisaties.”

De besturen van de eenentwintig waterschappen hebben zich vóór toetreding tot de vereniging uitgesproken. Van de gelieerde organisaties moet dat het komend half jaar duidelijk worden. Denk hierbij aan tien tot vijftien samenwerkingsverbanden van gemeenten en waterschappen, samenwerkingen rond de waterschapsbelasting en het Waterschapshuis dat ondersteuning biedt op het vlak van ICT en communicatie. Het gaat om ongeveer drieduizend medewerkers en daarmee een kwart van het totaal in de sector.

De UvW wil met de werkgeversvereniging gelijke beloning en vergoeding in de hele sector. Dat is goed voor de samenwerking en de onderlinge mobiliteit. Eén onderhandelingstafel waar werkgevers en werknemers afspraken maken. Dat moet ook op een nieuwe manier. Daarvoor kiest men de metafoor van de meanderende rivier. De rivier stroomt onmiskenbaar naar zee, maar kiest daarvoor waar nodig eigen wegen.

Meer dan onderhandelen

Dit beeld slaat op het proces waarin waterschappen en gelieerde organisaties de komende jaren vorm zullen geven aan de werkgeversvereniging. Het slaat, wat Poppelaars betreft, vooral ook op een nieuwe inrichting van de relatie tussen werkgevers en werknemers. “We moeten elkaar vaker treffen en ook inhoudelijke zaken vaker met elkaar bespreken. Niet alleen wanneer beiden in de ‘onderhandelingsmodus’ staan. Dat maakt het logischer en makkelijker om in de laatste fase van cao-onderhandelingen tot afspraken te komen.”

Poppelaars is al langer intensief betrokken bij de totstandkoming van de arbeidsvoorwaarden: de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschap-personeel (SAW). De ervaring van voorgaande SAW-edities - en die van vorig jaar in het bijzonder - gaf aanleiding om het voortaan onder de Wnra anders te willen organiseren. “Het was een proces van trekken en duwen. Dat hopen we in het vervolg te voorkomen.”

De waterschapwereld kende tot nu toe een SAW. Met invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) worden de afspraken uit de SAW grotendeels omgezet naar een ‘echte’ cao in de zin van de Wet op de cao. Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan inhoudelijke kwesties, zoals de uitdaging om mensen die niet lid zijn van een vakbond te betrekken bij de cao-onderhandelingen.

Stappen naar succes

Om van de invoering van de Wnra en de werkgeversvereniging een succes te maken, moeten nog de nodige stappen worden gezet. “Ik verwacht niet dat de omzetting van de SAW nu zo’n majeure opdracht zal blijken. Ik denk wel dat het van ons nog het nodige gaat vragen om tot een nieuwe organisatie, personeel, huisvesting, statuten en een formele oprichting te komen.”

Als het gaat om een nieuwe inrichting van het arbeidsvoorwaardenoverleg onder de Wnra, staan er ook nog wel wat vragen en issues open. Zo heeft de sector te maken met een relatief lage organisatiegraad van zo’n vijfentwintig procent. Ook voor de ‘ongeorganiseerden’ is de nieuwe vereniging de werkgeversvertegenwoordiger en geldt straks de nieuwe cao.

Samen naar een nieuwe cao

“Dat thema is bij ons een belangrijk aandachtspunt. We zoeken naar vormen om deze werknemers op de een of andere manier bij de onderhandelingstafel te betrekken, maar eenvoudig is dat niet. Krijgen ze de status van adviseur of lid? Hoe gaan we om met het principe van vertegenwoordiging? We gaan er in ieder geval extra geld voor uittrekken, want we zijn er om alle werknemers te bedienen.”

Ook de bonden staan open voor het gesprek hierover. Met de grootste bonden is overleg over de samenstelling van de onderhandelingstafel. Daarbij speelt ook dat de werkgevers graag vertegenwoordigers hebben die actief zijn in het arbeidsproces. “Nu gaan wij niet over de vertegenwoordigers van de bonden, maar wij zouden wel graag zien dat er meer werknemers betrokken zijn bij het arbeidsvoorwaardenoverleg.”

Gevraagd naar de prioriteiten voor de komende tijd komt kwartiermaker en beoogd voorzitter Poppelaars tot het volgende lijstje. “Om te beginnen is er de transitie van SAW naar cao. Ik verwacht daar geen grote problemen, maar het zal meer zijn dan alleen een technische omzetting. Het vraagt in ieder geval overleg.”

Genoeg te doen!

Dan is er de zoektocht naar nieuwe overlegvormen en participatie van ongeorganiseerde werknemers. Niet alleen om alle werknemers te vertegenwoordigen, maar ook om ze vast te houden. “We zoeken naar manieren om te stimuleren dat onze mensen langer doorwerken. Nu verlaten werknemers van begin zestig nog vaak het arbeidsproces via verschillende regelingen. Dat wordt met de vergrijzing steeds problematischer en los daarvan is er op de arbeidsmarkt – en niet alleen voor de waterschappen - een tekort aan deskundigheid op het gebied van techniek en ICT.”

Naast de gebruikelijke voorbereiding van nieuwe afspraken over arbeidsvoorwaarden, zullen ook deze thema’s een uitwerking moeten krijgen in komende cao’s. “Er is genoeg te doen!” zegt Poppelaars. En zo te horen heeft hij er zin in.