Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) aangenomen door Eerste Kamer

Op 28 mei 2019 heeft de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) aangenomen. Deze wet wijzigt het private arbeidsrecht vanaf 1 januari 2020. Het gewijzigde private arbeidsrecht gaat ook gelden voor ambtenaren die onder de Wnra vallen.

Wat verandert er door de Wab?

De Wab verkleint de verschillen tussen vast werk en flexwerk. Dit maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers sneller een contract met meer zekerheid te geven. De Wab bestaat uit een samenhangend pakket maatregelen. Het grootste deel van deze maatregelen gaat vanaf 1 januari 2020 in. Dat valt dus samen met de datum waarop de Wnra waarschijnlijk ingaat.

Concreet zijn voor overheidswerkgevers en hun medewerkers vooral de volgende veranderingen van belang:

  • Het recht op transitievergoeding wijzigt.

Op hoofdlijnen betekent dit het volgende. Nu hebben werknemers in het bedrijfsleven na een dienstverband van minstens 24 maanden bij ontslag meestal recht op een transitievergoeding. Door de Wab krijgen werknemers meteen vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding wordt lager bij lange dienstverbanden. De opbouw bedraagt straks voor iedereen, ongeacht de leeftijd van de werknemer, een derde van het maandsalaris. Ambtenaren hebben nu nog geen recht op transitievergoeding. Met de Wnra krijgen ambtenaren, net als werknemers in het bedrijfsleven, ook recht op transitievergoeding.

  • Er komt een nieuwe ontslaggrond, de zogenaamde cumulatiegrond.

Dit betekent dat ontslag ook mogelijk wordt als sprake is van een optelsom van omstandigheden. Nu moeten werkgevers in het bedrijfsleven volledig voldoen aan één van de in de wet genoemde ontslaggronden. De nieuwe ontslaggrond (i-grond) geeft de mogelijkheid om omstandigheden te combineren. Bij een ontslag wegens de i-grond kan de rechter een extra vergoeding van maximaal 50% van de transitievergoeding aan de werknemer toekennen.

  • De ketenregeling wordt ruimer.

De termijn van 24 maanden in de ketenregeling wordt verlengd naar 36 maanden. Dit betekent dat een vast dienstverband (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) ontstaat als werkgever en werknemer:

  • meer dan drie elkaar opvolgende tijdelijke dienstverbanden afsluiten, of
  • langer dan 36 maanden gebruik maken van elkaar opvolgende tijdelijke dienstverbanden.

De keten van overeenkomsten wordt doorbroken als er tussen de opeenvolgende overeenkomsten een periode ligt van langer dan zes maanden. Bij een onderbreking van zes maanden of minder, loopt de keten gewoon door. Tijdelijke aanstellingen van voor de Wnra moeten daarbij straks worden meegeteld.

Voor de duidelijkheid: de tijdelijke aanstelling van een ambtenaar die door de Wnra automatisch wordt omgezet in een tijdelijke arbeidsovereenkomst, is geen nieuw dienstverband. Het gaat dus ook niet om een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de toepassing van de ketenregeling (in de zin van artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek).

De Wab bevat naast maatregelen op het gebied van de transitievergoeding, de cumulatiegrond en de ketenregeling ook maatregelen op het terrein van oproepovereenkomsten, payrollovereenkomsten en WW-premiedifferentiatie.

Wat ging vooraf?

In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van 10 oktober 2017 spraken VVD, CDA, D66 en ChristenUnie een aantal maatregelen af om tot een nieuwe balans op de arbeidsmarkt te komen . Hieruit vloeide het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans voort. Het wetsvoorstel werd op 6 november 2018 ingediend bij de Tweede Kamer. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is het wetsvoorstel gewijzigd (zo is de voorgenomen verlenging van de maximale proeftijd van twee naar vijf maanden uit het wetsvoorstel gehaald). Op 5 februari 2019 is het (gewijzigde) wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. Op 20 mei 2019 is het wetsvoorstel  plenair in de Eerste Kamer behandeld. Op 28 mei 2019 is het wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer.  Voor stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP, OSF en Fractie-Duthler. Tegen stemden PvdA, GroenLinks, SP, PvdD, 50Plus en PVV.