Wanneer zijn de medewerkers van een overheidswerkgever ambtenaar?

In de praktijk is het voor overheidswerkgevers (zoals gemeenten) niet altijd duidelijk wie ambtenaar zijn in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet 2017, die vanaf 1 januari 2020 geldt. Onder de oude Ambtenarenwet was dit anders geregeld. Hieronder geven we een toelichting over het nieuwe ambtenarenbegrip.

Artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 bepaalt wie ambtenaar is. Op ambtenaren is de Ambtenarenwet 2017 van toepassing. Op de pagina Ambtenaarschap kunt u vinden wat dat betekent. Op twee manieren kunnen uw medewerkers ambtenaar zijn.

1. Arbeidsovereenkomst

Ten eerste zijn medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben met een overheidswerkgever ambtenaar. Via de Wnra-checker kunt u achterhalen of u overheidswerkgever bent. Als u overheidswerkgever bent dan zijn degenen, die op basis van een arbeidsovereenkomst bij u in dienst zijn, ambtenaar. Dit is geregeld in het eerste lid van artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017.

2. Andere overeenkomst en geen aanspraak op loon

Ten tweede kunnen medewerkers, aan wie u voor hun werkzaamheden geen loon betaalt, toch ambtenaar zijn als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Dit wordt geregeld door het tweede lid van artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017. Hiervoor gelden drie voorwaarden:

  1. U heeft met de medewerkers een overeenkomst op grond waarvan die medewerker voor u werkzaamheden verricht;
  2. U betaalt voor die werkzaamheden geen loon aan de medewerker;
  3. De functie is aangewezen in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017.

Deze voorwaarden worden hieronder uitgelegd.

1. Overeenkomst

De eerste voorwaarde is dat de werkzaamheden worden verricht op basis van een overeenkomst. Die overeenkomst is geen arbeidsovereenkomst (anders is de medewerker immers al ambtenaar op basis van het eerste lid). De overeenkomst moet tussen de overheidswerkgever en de medewerker zelf zijn gesloten. Bij externe inhuur (bijvoorbeeld uitzendkrachten of payroll) is het dus onvoldoende dat er een overeenkomst is tussen de overheidswerkgever en de organisatie die de medewerker ter beschikking stelt. U dient daarnaast ook altijd met de medewerker zelf een overeenkomst te sluiten, waarin de te verrichten werkzaamheden staan.

2. Geen loon

De tweede voorwaarde is dat u voor de werkzaamheden geen loon betaalt. Met loon wordt bedoeld dat er een betaling wordt ontvangen voor de werkzaamheden. Het is dus een tegenprestatie voor de arbeid. Onder loon vallen geen vergoedingen die pure onkostenvergoedingen zijn, zoals bijvoorbeeld de vergoeding van treinkaartjes.

ZZP’ers zijn vaak werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht. Een element van zo’n overeenkomst van opdracht is vaak dat de opdrachtnemer loon ontvangt voor zijn werkzaamheden van de opdrachtgever (dat hoeft niet; bij de overeenkomst van opdracht geldt de eis van loon alleen als de opdrachtnemer de overeenkomst in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf is aangegaan). Als de opdrachtgever een overheidswerkgever is, ontvangt de ZZP’er loon van die overheidswerkgever. Hij is dus geen ambtenaar. Vrijwilligers kunnen wel ambtenaar zijn, als zij een vrijwilligersovereenkomst hebben met een overheidswerkgever en alleen (on)kostenvergoedingen ontvangen. (On)kostenvergoedingen zijn immers geen loon. De vrijwilligersfunctie moet dan wel zijn aangewezen in het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 (= derde voorwaarde).

3. Aanwijzing in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017

De derde en laatste voorwaarde is, dat de functie van de medewerker wordt genoemd in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017. Voorbeelden van dergelijke functies zijn de hoofden van consulaire posten, toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren bij gemeenten, provincies, waterschappen en bepaalde gemeenschappelijke regelingen en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand.