Kan een ambtenaar onder het private ontslagrecht makkelijker worden ontslagen?

Nee, ook in het private ontslagrecht is een redelijke - in de wet geregelde - grond voor ontslag vereist. Een goed dossier blijft dus belangrijk.

Procedure private ontslagrecht

Het private ontslagrecht zit procedureel wel anders in elkaar dan het bestuursrechtelijke ambtenarenrecht. In plaats van bezwaar en beroep tegen ontslagbesluiten van de werkgever (toets achteraf), komen de gang naar het UWV of de kantonrechter (toets vooraf: de preventieve ontslagtoets).

In tegenstelling tot wat onder het publieke ambtenarenrecht het geval is, kan een overheidswerkgever onder het private arbeidsrecht een medewerker niet zonder tussenkomst van een externe instantie (UWV of kantonrechter) tegen zijn wil ontslaan.

Het privaatrechtelijke ontslagrecht heeft ook overeenkomsten met het ambtenarenontslagrecht. Zo is in het huidige private ontslagrecht altijd hoger beroep en cassatie mogelijk tegen uitspraken van de kantonrechter. Ook kent het private ontslagrecht net als het ambtenarenontslagrecht een semi-gesloten stelsel van ontslaggronden. Dat betekent dat de meeste ontslaggronden in de wet genoemd zijn, maar dat er ook een ‘restgrond’ is. Het Burgerlijk Wetboek spreekt over ‘andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’ (artikel 7:669, derde lid, onder h, van het Burgerlijk Wetboek).

Toekomstige wijzigingen in het ontslagrecht

Toekomstige wijzigingen in het private ontslagrecht gaan straks ook voor ambtenaren gelden die onder de normalisering vallen. Zo is in het regeerakkoord van 10 oktober 2017 opgenomen dat het mogelijk moet zijn om de rechter de afweging te laten maken of ontslag gerechtvaardigd is op basis van de cumulatie van omstandigheden genoemd in de verschillende gronden (bijvoorbeeld verwijtbaar handelen gecombineerd met disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie). Hier staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding). Dit moet nog worden omgezet in wetgeving. Op 7 november 2018 heeft de regering hiertoe het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans bij de Tweede Kamer ingediend.

Zie ook