Kan een ambtenaar onder het private ontslagrecht makkelijker worden ontslagen?

Nee, ook in het private ontslagrecht is een redelijke - in de wet geregelde - grond voor ontslag vereist. Een goed dossier blijft dus belangrijk.

Procedure private ontslagrecht

Het private ontslagrecht zit procedureel wel anders in elkaar dan het bestuursrechtelijke ambtenarenrecht. In plaats van bezwaar en beroep tegen ontslagbesluiten van de werkgever (toets achteraf), komen de gang naar het UWV of de kantonrechter (toets vooraf: de preventieve ontslagtoets).

In tegenstelling tot wat onder het publieke ambtenarenrecht het geval is, kan een overheidswerkgever onder het private arbeidsrecht een medewerker niet zonder tussenkomst van een externe instantie (UWV of kantonrechter) tegen zijn wil ontslaan.

Het private ontslagrecht heeft ook overeenkomsten met het ambtenarenontslagrecht. Zo is in het huidige private ontslagrecht altijd hoger beroep en cassatie mogelijk tegen uitspraken van de kantonrechter. Ook geldt voor het private ontslagrecht dat ontslaggronden wettelijk geregeld zijn.

Toekomstige wijzigingen in het ontslagrecht

Vanaf 1 januari 2020 is (door de Wet arbeidsmarkt in balans) de mogelijkheid in het Burgerlijk Wetboek opgenomen om de rechter de afweging te laten maken of ontslag gerechtvaardigd is op basis van de cumulatie van omstandigheden genoemd in de verschillende gronden (bijvoorbeeld verwijtbaar handelen gecombineerd met disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie). Bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid kunnen hierin niet worden betrokken. Tegenover een ontslag op de cumulatiegrond staat voor de werknemer dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding).