Medezeggenschap in de publieke en private sector

Er zijn verschillen tussen de medezeggenschap in de private en de publieke sector. Dat is nu zo en dat blijft ook na de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) het geval.

Bijzondere bepalingen overheidsorganisaties

Artikel 46d van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bevat enkele bijzondere bepalingen met betrekking tot een onderneming, waarin (nagenoeg) uitsluitend op basis van een publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht. Dat is het geval bij alle organisaties die onder de huidige Ambtenarenwet vallen. De wet bepaalt wie niet als bestuurder in de zin van de WOR worden aangemerkt. Niet een minister, staatssecretaris of burgemeester is bestuurder in de zin van de WOR, maar de ambtelijke leiding (deze heeft rechtstreeks de hoogste zeggenschap bij de leiding van de arbeid). Ook na de inwerkingtreding van de Wnra zal de ambtelijke leiding de bestuurder in de zin van de WOR blijven.  Een andere bijzondere bepaling  voor overheidsorganisaties betreft het zogenaamde primaat van de politiek (onderdeel b van artikel van 46d van de WOR). Meer over het primaat van de politiek vindt u als u verder leest op deze pagina.

Het primaat van de politiek

Het primaat van de politiek betekent een belangrijke beperking van het terrein waarover een OR van een overheidsorganisatie gaat. De publiekrechtelijke vaststelling van taken, het beleid en de uitvoering van die taken, zijn voorbehouden aan de politiek (democratische organen). De OR gaat alleen over de personele gevolgen van die besluiten. 

Concreet betekent dit dat ondernemingsraden bij de overheid geen recht op overleg hebben over besluiten van democratisch gecontroleerde organen (zoals het kabinet en de Staten-Generaal, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad) over:

  • de vaststelling van taken;
  • het beleid;
  • de uitvoering van die taken.

Deze besluiten zijn voor ondernemingsraden bij de overheid een gegeven, maar de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de werkzaamheden van het personeel (zoals gevolgen voor de personeelsformatie, veranderingen in arbeidsomstandigheden en reorganisatie van werkzaamheden) vallen wel onder het recht op overleg van de ondernemingsraad.