Procesrecht, bezwaar en beroep

Voor ambtenaren gaat na de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) het private arbeidsrecht gelden. Dit betekent dat ambtenaren en overheidswerkgevers bij geschillen waar zij onderling niet uitkomen, terecht kunnen bij de kantonrechter. Als zij het niet eens zijn met de uitspraak van de kantonrechter kunnen zij daarna in hoger beroep en eventueel in cassatie gaan. 

Rechtsbescherming

Er zullen andere procedures en regels gelden ten opzichte van de huidige situatie. De rechtsbescherming van ambtenaren die op basis van een arbeidsovereenkomst gaan werken zal niet meer geregeld worden door het publiekrecht, maar door het privaatrecht. Voor ambtenaren zal daardoor na de normalisering dezelfde rechtsbescherming tegen ontslag en alle andere arbeidsaangelegenheden gelden als voor werknemers buiten de overheid. De in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde bezwaar- en beroepsprocedures komen te vervallen.

Voor relaties tussen werknemers en werkgevers gelden de algemene privaatrechtelijke toetsingsnormen van ‘redelijkheid en billijkheid’. Beslissingen van overheidswerkgevers ten aanzien van ambtenaren worden in de toekomst daarnaast, net als nu, getoetst aan de ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’ (bijvoorbeeld het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel). 

Bezwaar- en beroepsmogelijkheden

In de huidige situatie geldt voor ambtenaren het bestuursrecht. Op grond daarvan kunnen zij bezwaar maken tegen rechtspositionele besluiten en feitelijke handelingen. Na gehele of gedeeltelijke afwijzing rest beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Na de normalisering geldt een civielrechtelijke procedure. Hierbij horen andere bezwaar- en beroepsmogelijkheden.

Kantonrechter (in plaats van bezwaarprocedures)

Voor werknemers met een arbeidsovereenkomst geldt het privaatrecht. Het private procesrecht kent geen bezwaarprocedures. Een werknemer met een arbeidsovereenkomst kan bij een geschil met zijn werkgever een procedure aanspannen bij de kantonrechter. Anders dan in het bestuursrecht gelden er meestal geen wettelijke termijnen waarbinnen een procedure bij de kantonrechter moet worden aangespannen. Dit betekent dat een ambtenaar na normalisering ook ná zes weken op een beslissing of maatregel van zijn werkgever kan terugkomen.

Hoger beroep en cassatie 

Na de procedure bij de kantonrechter kunnen de werkgever en werknemer in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof. Vervolgens kunnen zij nog in cassatie bij de Hoge Raad. 

In hoger beroep wordt een zaak helemaal opnieuw beoordeeld. Hierbij kan dus ook een geheel nieuw onderzoek naar de feiten plaatsvinden.  Cassatie verschilt van hoger beroep. Cassatie betekent een verzoek aan de Hoge Raad om een uitspraak van het Gerechtshof (soms een rechtbank) te vernietigen. In cassatie kunnen alleen rechtsvragen aan de orde komen. De Hoge Raad gaat uit van de feiten die de lagere rechter heeft vastgesteld. Hij toetst alleen of het recht, inclusief de procesregels, juist is geïnterpreteerd en toegepast en of de betreffende uitspraak voldoende en begrijpelijk is gemotiveerd. De mogelijkheden om in een cassatieprocedure een eerdere rechterlijke beslissing te vernietigen zijn daarom beperkt. 

Recht van bezwaar

Hoewel het privaatrecht geen bezwaarprocedures kent, hebben ook werknemers in het bedrijfsleven soms een soort recht van bezwaar in de vorm van een geschillenregeling. Ook is het mogelijk dat er op sector- of brancheniveau geschillenprocedures /-commissies worden ingericht waaraan geschillen kunnen worden voorgelegd waar men op organisatieniveau niet uit komt. Dit recht is dan overeengekomen met de vakbonden. Het is dus afhankelijk van de afspraken van de sociale partners of en welke “bezwaar”mogelijkheden ambtenaren straks precies hebben. Die mogelijkheden kunnen dus per (sector van) overheidswerkgever(s) gaan verschillen.