De overgang van bestuursrecht naar privaatrecht

Door de overgang naar het privaatrecht moesten wetten op twee vlakken worden gewijzigd. Zo moest de terminologie in wetten worden aangepast. Daarnaast kon de bevoegdheid tot het in dienst nemen van personeel verschuiven. Dit moest worden voorkomen.

Terminologische aanpassingen

In het oude ambtenarenrecht is er een bevoegd gezag dat een ambtenaar aanstelt, bevordert, schorst of ontslaat. Het bevoegd gezag kon dus eenzijdig de positie van de ambtenaar vaststellen en veranderen. Na 1 januari 2020 past dat niet meer. Het privaatrecht geldt nu als uitgangspunt. Een werkgever en werknemer (de contractspartijen) bepalen gezamenlijk hoe hun verhouding eruit ziet. Dit moet terugkomen in de terminologie die in wet- en regelgeving wordt gebruikt om de positie van ambtenaren te regelen.

Voorheen werd er gesproken van een bevoegdheid tot het aanstellen van een ambtenaar. Na de normalisering van de rechtspositie is dit vervangen. Er moet geregeld worden wie bevoegd is om arbeidsovereenkomsten met (toekomstige) ambtenaren aan te gaan. Na instemming van de (toekomstige) ambtenaar komt de arbeidsrelatie pas daadwerkelijk tot stand.

In dienst nemen van het personeel

Voorheen werd de bestuursrechtelijke aanstelling door een bestuursorgaan (bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders) verleend. Dat gebeurde bij een eenzijdig besluit van het bestuursorgaan. Vanaf 1 januari 2020 wordt de arbeidsovereenkomst door de rechtspersoon (bijvoorbeeld de gemeente) aangegaan. De rechtspersoon wordt daarbij door iemand vertegenwoordigd, omdat een rechtspersoon een entiteit is en geen persoon die een handtekening kan zetten. De wet bepaalt bij overheidslichamen wie als vertegenwoordiger mag optreden (in het geval van de gemeente is dat de burgemeester). Degene die als vertegenwoordiger optreedt bepaalt of een (arbeids)overeenkomst namens de rechtspersoon wordt aangegaan en wat daarvan de inhoud is. Daarmee heeft diegene ook zeggenschap over het personeel. 

De inwerkingtreding van de Wnra kan een verschuiving van bevoegdheden tot gevolg hebben. Dit is het geval wanneer het bestuursorgaan, dat voorheen ambtenaren aanstelde, een ander is dan degene die als vertegenwoordiger optreedt bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst. In de aanpassingswetgeving worden in die gevallen maatregelen genomen om die verschuiving te voorkomen. Zo behoudt het orgaan dat zeggenschap had over het personeel die zeggenschap. 

Meer informatie

Lees verder voor meer informatie over het verschil tussen een bestuursorgaan en rechtspersoon.