Wetstraject voor invoering van de Wnra

Op 28 maart 2017 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in het Staatsblad bekendgemaakt. Daarmee kreeg het initiatiefvoorstel van CDA en D66 de kracht van wet. De regering treft momenteel de voorbereidingen die nodig zijn om deze initiatiefwet in te voeren.

Om dit te kunnen doen, zal een groot aantal bestaande wetten en regelingen moeten worden aangepast. Als die voorbereidingen zijn getroffen, treedt de Wnra pas in werking en krijgt de wet effect. De beoogde datum van die inwerkingtreding is 1 januari 2020. Dat betekent dat er op korte termijn geen grote veranderingen volgen, maar dat de overheid deze inwerkingtreding van de Wnra al wel voorbereidt. Hieronder kunt u lezen hoe dit proces van wetgeving op rijksniveau aanpassen er ongeveer uit zal gaan zien. Dit is echter een verwachting; deze tijdsplanning kan tijdens het proces nog wijzigen. We zullen u hierover op de hoogte houden op onze nieuwspagina.

Let op: deze planning heeft geen betrekking op de aanpassing van lagere regelgeving (algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen). Ook is het goed om te weten dat overheidswerkgevers die zelf algemeen verbindende voorschriften hebben vastgesteld, er zelf zorg voor dienen te dragen deze voor 1 januari 2020 aan te passen waar nodig.

Voorjaar 2018: adviesaanvraag Raad van State

De voorstellen voor alle invoerings- en aanpassingswetgeving worden naar verwachting in het voorjaar van 2018 naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd. De Afdeling advisering is de laatste adviseur van de regering over wetsvoorstellen. Zij beoordeelt de voorstellen onder andere op juridische kwaliteit, of het in overeenstemming is met de Grondwet en internationale verdragen, en op uitvoerbaarheid. Dit advies is niet-bindend, maar weegt wel zwaar.

Vervolgens reageert de regering in een grondig rapport op het advies van de Afdeling. In dit stuk wordt ook beschreven tot welke wijzigingen in de wetsvoorstellen (en in de toelichtingen daarbij) dit advies heeft geleid.

Eerste kwartaal 2019: behandeling in het parlement

De aanpassingswetsvoorstellen worden aangeboden aan de Tweede Kamer. De voorstellen worden dan eerst behandeld door een commissie van Kamerleden die in het onderwerp gespecialiseerd zijn. Deze commissie bereidt de plenaire behandeling van de voorstellen voor. Dit gebeurt vaak door schriftelijk vragen te stellen, waar de regering ook schriftelijk op antwoordt. Als de commissie vindt dat de behandeling van de voorstellen voldoende is voorbereid, wordt het voorstel aangemeld voor plenaire behandeling.

Tijdens de plenaire vergadering wordt mondeling debat gevoerd over de voorstellen, waarbij Kamerleden amendementen en moties kunnen indienen. Via een amendement kunnen Kamerleden wijzigingen van het wetsvoorstel voorstellen, via moties kunnen Kamerleden de regering oproepen bepaalde acties te ondernemen. Zo kunnen ze haar bijvoorbeeld vragen om bij de wetsuitvoering de vinger aan de pols te houden, of om na verloop van tijd onderzoek te doen naar de uitwerking van de wet.

Tot slot stemt de Tweede Kamer over de aanpassingswetsvoorstellen en eventueel ingediende amendementen en moties. Een aangenomen voorstel wordt behandeld in de Eerste Kamer. Ook hier gaat het voorstel eerst langs een commissie, en wordt daarna (plenair) behandeld door de gehele Eerste Kamer. De leden van de Eerste Kamer kunnen geen amendementen indienen, maar stemmen na behandeling wel over de aanpassingswetsvoorstellen.

1 januari 2020: inwerkingtreding

Als het parlement heeft ingestemd met de voorgestelde aanpassingswetgeving, wordt deze door de Koning bekrachtigd. Daarna worden de aanpassingswetten in het Staatsblad bekendgemaakt; vanaf dan wordt ook de aanpassingswetgeving daadwerkelijk van kracht als wet.

Vervolgens moet de inwerkingtreding van alle wetten geregeld worden. Dit is de datum vanaf welke zowel de aanpassingswetgeving als de initiatiefwet (Wnra) effect krijgt. Dat zal naar verwachting zijn op 1 januari 2020, en gebeurt alleen op voorwaarde dat alle  invoeringsmaatregelen zijn genomen. Dat gebeurt (grotendeels) in overleg met overheidsvakbonden.